Highlights

De kunstcollectie van Hugo Voeten is een unieke combinatie van Belgische en internationale kunst. Op dit ogenblik telt ze meer dan 1700 items, verzameld over een tijdsspanne van meer dan 40 jaar, tentoongesteld voor het publiek op twee locaties – in de beeldentuin vlakbij Geel en in het Art Center Hugo Voeten, aan de oever van het Kempisch Kanaal in Herentals.

Michael DeLucia

Projection (black), 2012, multiplex, industriële verf, 240 x 120 x 115 cm

"Ik stel me vragen over de status van de beeldhouwkunst in het technologische tijdperk", zegt Michael DeLucia (°1978, Rochester, New York). Met Projections, een reeks sculpturen ontwikkeld vanaf 2010, gaat DeLucia na hoe het gesteld is met de discipline van de beeldhouwkunst. Projection (black) (2012), dat tot die reeks behoort en deel uit maakt van de collectie Hugo Voeten, bestaat uit grote panelen multiplex waarin met behulp van een computergestuurde router een reliëf gegroefd werd. In verschillende gradaties werd hierover een laag industriële zwarte verf aangebracht. DeLucia schroefde alles samen tot een monumentaal geometrisch volume en combineert zo minimalistische sculptuur met nieuwe media. De titel Projection verwijst naar DeLucia's idee dat beelden objecten zijn die geabstraheerd werden door straling. De kunstenaar vat zijn werken namelijk op als ruimtelijke modellen van geprojecteerde beelden, sculpturen die het traject van een lichtstraal tot zijn bron beschrijven.

Door het lijnenspel en patroon op het oppervlak van zijn sculpturen niet eigenhandig te creëren, maar met een computer, stelt DeLucia het belang en de noodzakelijkheid van het vakmanschap van een kunstenaar in vraag. Technologie verandert de praktijk van de kunstenaar. Volgens DeLucia verandert hierdoor ook de wijze waarop er naar kunst gekeken wordt: "vandaag werken we met een computer, een abstracte en ruimtelijk gefragmenteerde omgeving en 99% van de mensen bekijkt een tentoonstelling enkel online", verklaart hij. Aan de hand van een gemechaniseerd creatieproces haalt DeLucia de discussie over de afhankelijkheid van computers en machines aan.

De kunstenaar stelt dat de dominantie van digitale reproductie de werkelijke natuur van onze fenomenologische ervaring veranderd heeft. Bij ieder beeld vindt namelijk voorafgaand aan de ervaring een bemiddeling of tussenkomst plaats en dit is een vervorming van onze perceptie van de werkelijkheid – een soort van hedendaagse versie van Plato's allegorie van de grot. Daarom poogt DeLucia met zijn objecten de kijker te confronteren met de fysiologische realiteit. Aan de hand van zijn Projections toont hij een problem in space en test hij de zienswijze van het publiek. Daarbij bekijkt DeLucia wat er gebeurt met het beeld wanneer het van het computerscherm in de fysieke ruimte verschijnt, de ruimte die wordt ingenomen door toeschouwers.

Ook over het bestaansvermogen van beelden stelt DeLucia zich vragen. Hoe vaak kan een beeld opnieuw gegenereerd worden? Wat is de capaciteit? Is iets computergestuurds eindig of niet? En kan een fysiek object een computergegenereerd concept ten volle belichamen? Projection (black) toont de kloof tussen de perfectie van het digitale driedimensionale bestand en de imperfecties die optreden bij de concrete realisatie van het object in de ruimte. Zo stroken namelijk op sommige momenten de door de router voorgeschreven inkepingen niet met de natuurlijke aders van het hout, wat onvoorspelbare barsten en scheuren veroorzaakt. Het materiaal bereikte door machinale bewerking zijn limiet en toont dat het niet in staat is de gedigitaliseerde idee, de pure vorm, volledig foutloos weer te geven. DeLucia's Projections zijn schijnbaar eindeloze mogelijkheden van computergegenereerde afbeeldingen. DeLucia plaatst zich zo binnen de traditie van kunstenaars die spelen met de dematerialisatie van kunstwerken, zoals bijvoorbeeld Alexander Calder (1898-1976) en Fred Sandback (1943-2003).

Door de combinatie van de ingekerfde levendige lijntexturen en de laag verf die zich in schakeringen naar het midden toe verspreid, wordt de illusie van diepte gecreëerd en verwijzen DeLucia's sculpturen naar de optical art. Het oppervlak lijkt bezet met moiré patronen. De illusie van een gepixeld en versplinterd beeld ontstaat. Daarnaast doen DeLucia's minimale vormen denken aan werk van Donald Judd (1928-1994), Robert Morris (°1931) en John McCracken (1934-2011) die als vertegenwoordigers van minimal art de definitie van kunst maken expandeerden.

Tot slot verheft DeLucia de Do It Yourself of DIY trend, die hij combineert met hightech, tot een esthetiek. Hij onthult zowel het materiaal als zijn werkwijze. De schroeven zijn goed zichtbaar en de vele groeven doorbreken de regelmatigheid van het oppervlak. De kwetsbaarheid van het multiplex, als een ruw, alledaags materiaal, is zichtbaar. Door de gaten, waardoor de planken splinteren, is de onbewerkte binnenkant van het beeld te zien. De keuze voor en omgang met dit materiaal herinnert aan de kunststroming arte povera, wat letterlijk vertaald 'arme kunst' betekent. De term 'arte povera' werd in de jaren 70 in Italië door kunstcriticus Germano Celant geïntroduceerd als aanduiding voor een groepering van kunstenaars die eenvoudige, ongewone en dikwijls gevonden materialen gebruikten.

Tekst: Sarah Gallasz