Highlights

De kunstcollectie van Hugo Voeten is een unieke combinatie van Belgische en internationale kunst. Op dit ogenblik telt ze meer dan 1700 items, verzameld over een tijdsspanne van meer dan 40 jaar, tentoongesteld voor het publiek op twee locaties – in de beeldentuin vlakbij Geel en in het Art Center Hugo Voeten, aan de oever van het Kempisch Kanaal in Herentals.

Guy Bleus

Demonetisatie, A, B, C, ca. 1985, collage, 24 x 34 cm

"Op twee augustus negentienhonderdnegenenzeventig te veertien uur pleegde ik ritueel zelfmoord door "Guy Bleus" te laten registreren als individuele merknaam en nummer. Officieel werd ik in het Benelux-merkenbureau te Den Haag (Nederland) het nummer '42.292'." Zo maakte mail art en conceptueel kunstenaar Guy Bleus (°1950, Hasselt, België) zijn pseudoniem '42.292' bekend, waarmee hij zijn werk vanaf dan ook ging handtekenen. Met deze bureaucratische handeling demonstreert de kunstenaar de opmars van het kwantitatieve en de haast intieme relatie tussen mensen en maatschappelijke nummers en cijfers. Deze registratie is kenmerkend voor het hele oeuvre van Bleus dat gaat over communicatie, administratie en bureaucratie.

Het driedelige werk Demonetisatie A, B, C (ca. 1985) bestaat uit drie collages van in vier delen geknipte, en dus ontwaarde, bankbiljetten - honderd Belgische frank, één dollar en vijf Nederlandse gulden – op roze gevlekte papieren. Deze delen plakte Bleus op hun beurt op administratieve bladzijden komende uit de kelders van een oude, lang gesloten linnenfabriek in Kwatrecht. De tekst van de timbres op de rechterzijde van deze bladen luidt Anciennes Usines De Backer de Rudder & Co – Société Anonyme Gand. Onderaan links staat Bleus handtekening 'X 42 292' in rood potlood. Dit werk was in 1996 te zien in de tentoonstelling Verdraaide materie in De Vierkante Zaal in Sint-Niklaas.

Guy Bleus verklaart via Demonetisatie A, B, C de maatschappelijke mythe van het papier in vraag te stellen: "In een samenleving die gedragen wordt door het geloof in de kwantiteit van cijfers of kapitaal, is het zinvol de relevantie van deze administratieve situatie te verkennen. Wanneer het geloof of vertrouwen in de monetaire waarden zou verdwijnen, zou ook een bepaald maatschappijbeeld verdwijnen. Dit besef is huiveringwekkend. Het toont de kwetsbaarheid of de achillespees van een systeem aan.

Heel de problematiek van echtheid of authenticiteit van waardepapieren komt in dit werk tot uiting. Geloofwaardigheid, rechtsgeldigheid en zelfs maatschappelijke waarheid worden bepaald door simpele dingen als een stempel of een handtekening van een gedelegeerd bestuurder op een stukje papier. Een van de redenen waarom de homo sapiens schrift en papier uitvindt, spruit voort uit zijn drang om de via toeval of kunstgrepen verkregen macht te bestendigen. Papier en schrift zijn middelen om de bestaande sociale verhoudingen te verstevigen. Zij consolideren macht in gezag, in gelegitimeerde, erkende macht. Wat eens als wet, reglement of kunsthistorisch feit op perkament vastligt, trotseert de tijd en maakt aanspraak op administratieve 'eeuwigheid'.

Essentieel in 'Demonetisatie, A, B, C' is niet alleen twijfel, maar ook tijdelijkheid en vergankelijkheid van gevestigde waarden aanwijzen. Elk maatschappelijk of artistiek verhaal is slechts 'een' geschiedenis en niet 'de' geschiedenis. Het is steeds zonder solidariteit met onbekende belangen. Oude vormen, functies en formules provoceren en testen op hun esthetische actualiteitswaarde is een taak voor de kunstenaar. Niet vertwijfeling maar onaangepaste levensvormen creëren is de opgave van de kunst om zo nieuwe vormen van tolerantie te exploreren." – Guy Bleus.

Om bureaucratie in vraag te stellen, ging Guy Bleus zich dus toeleggen op administratieve handelingen. Documenten, zoals o.m. officiële licenties en certificaten, stempels, postzegels en Artistamps, ging hij als memorabilia van administratieve rituelen in zijn mail art gebruiken. Hij maakte er vervalsingen en parodieën van en creëerde bijvoorbeeld een identiteitskaart van de planeet Mars. Door een overkoepelend mail art netwerk en kunstenaarsgemeenschap op te zetten, gaat Guy Bleus, naast het parodiëren van de bureaucratie, ook in tegen de kunstwereld van galerieën en musea.

Het meewerken aan de mail art en dus de realisatie van een internationaal, egalitair en open netwerk door correspondentie is voor Bleus belangrijk. Mail art is geen specifieke kunstrichting in traditionele zin maar een soort alternatief kunstcircuit, een internationaal netwerk van kunstenaars, die hun werk verspreiden via het medium 'post' en niet in eerste instantie via officiële galerieën en musea. De uitwisseling van (beeldende) informatie of art exchange staat centraal. De mail art of communicatiekunst omvat alle mogelijke communicatiemedia zoals telefonie, fax, radio, walkietalkie, etc. en is als wereldwijde kunststroming ontstaan in de jaren 1970. De beweging komt voort uit o.m. de neo-dada en Fluxusbeweging, maar ook in het Bauhaus en het surrealisme werd post al artistiek ingezet. In de meest extreme vorm is communicatiekunst een kunst zonder materiële objecten. De nadruk ligt namelijk op het communicatieproces waaruit dan een product als resultaat of registratie ervan kan voortkomen.

De producten van mail art projecten brengt Bleus samen in zijn in 1978 ingehuldigde Administration Centre – 42.292. Hier legt hij een archief aan en catalogiseert en classificeert hij niet enkel zijn eigen werk, maar ook wat andere mail artists hem toesturen. Door elk poststuk en iedere kunstenaar bij dit archiveren of administratief ordenen van gegevens op dezelfde wijze te behandelen, volgt Bleus de democratische en egalitaire principes eigen aan mail art. Bleus' administratief centrum, één van de grootse mail art archieven ter wereld met werk van meer dan 5000 kunstenaars uit meer dan 60 landen, neemt de verschijning van een officiële instelling aan en imiteert het museum. Het is een 'bureaucratische façade' om de mail art een meer permanent bestaan te bieden. Het idealistische doel is om het gehele 'mail art verhaal' te bewaren door alle ontvangen resultaten van postale bezigheden te classificeren. Maar het centrum is ook paradoxaal: Bleus ziet de objecten als communicatieve items en dus niet als iets vaststaands. Door de traditionele benadering van conservering in het archief wordt dit wel bevestigd. Zijn centrum is in die zin een contradictio in terminis.

Tot slot speelt ook het zintuiglijke een rol in het werk van Guy Bleus. Hij uit een fascinatie voor geuren en het olfactorische door bijvoorbeeld geurschilderijen en aromatische installaties te tonen, geparfumeerde objecten te posten en 'spray-performances' uit te voeren waarbij hij een nevel van geuren over het publiek verstuift. "Het gebruik van authentieke geuren betekent een enorme verrijking voor de plastische kunsten: afhankelijk van onvoorspelbaarheden en/of individuele ervaringen zoals herinneringen of gedachten, zullen de esthetische gewaarwordingen m.b.t. een specifieke geur aangenaam of onaangenaam, enz. gekleurd worden," aldus Bleus.


Van oktober 2005 tot januari 2006 organiseerde Z33 in Hasselt de olfactorische tentoonstelling Scents:Locks:Kisses met Bleus als curator. Voor deze expo, of beter internationaal mail art project, waarbij de titel ook meteen het thema was, nodigde Bleus 778 kunstenaars uit 43 landen uit. Een online slideshow en dvd-rom vormen de catalogus: www.scentslockskisses.com.

Naar aanleiding van Bleus' zestigste verjaardag vond in 2010 in het cultuurcentrum van Hasselt een retrospectieve plaats van zijn werk. De publicatie die hierbij werd uitgebracht bevatte o.a. met lavendel geparfumeerde schutbladeren en een herdruk van Bleus' identiteitskaart van Mars uit 1979.

Tekst: Sarah Gallasz