Highlights

De kunstcollectie van Hugo Voeten is een unieke combinatie van Belgische en internationale kunst. Op dit ogenblik telt ze meer dan 1700 items, verzameld over een tijdsspanne van meer dan 40 jaar, tentoongesteld voor het publiek op twee locaties – in de beeldentuin vlakbij Geel en in het Art Center Hugo Voeten, aan de oever van het Kempisch Kanaal in Herentals.

Max Selen

IJzel mogelijk, 1991, olieverf op doek, 180 x 180 cm.

Max Selen, geboren in 1932 in Turnhout en wonende in Kasterlee, heeft een interessante artistieke weg afgelegd. Van 1956 tot 1961 studeert hij aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Hij wordt docent aan de Turnhoutse Kunstacademie en bouwt zijn carrière uit als schilder en grafisch kunstenaar.

In de jaren 60 laat hij zich inspireren door vernieuwingen in de moderne en hedendaagse kunst. Geometrische vormen en verwarrend perspectief kenmerken zijn kubistische beginperiode. Met de zeggingskracht van het symbolisme brengt hij zijn onbewuste, psychische gevoelswereld naar boven. De vergankelijkheid van het leven vindt de kunstenaar bedreigend. Dat ervaart de toeschouwer in zijn expressionistische en surrealistische werken.

In de jaren 60-70 leunt hij aan bij de popart, een 'populaire' kunststroming die haar beelden uit de consumptiemaatschappij haalt en toegankelijk is voor iedereen. Stofzuigers, lavabo's, W.C's en urinoirs behoren tot de alledaagse werkelijkheid. De kunstenaar won de Prijs van de stad Knokke in 1963 met een heel realistisch schilderij van een stofzuiger. Op verschillende locaties, ondermeer in het Louvre, cafés en een kazerne stelt de kunstenaar de sociale diversiteit van de sanitaire toestellen vast. Deze 'hiërarchie' van toiletten geeft hij weer in diverse schilderijen. Uiteindelijk kiest hij voor het hyperrealisme. De verfijnde techniek van deze stroming boeit de kunstenaar. Dat leerde hij van zijn vader die huisschilder was en evenals de kunstenaar het perfectionisme hoog in het vaandel droeg. Hij was meester in het immiteren van houtsoorten, waarvoor hij een speciale opleiding had gevolgd in Brussel.

De beweging van het hyperrealisme, ontstaan in New York en Californië tussen 1960 en 1970 als reactie op de abstracte kunst, brengt een haarfijne fotografische uitbeelding van de werkelijkheid, koel en zonder enige subjectieve emotie. De Belgische hyperrealisten, waartoe Max Selen behoort, voegen er echter een dimensie aan toe. Naast de superrealistische weergave van de werkelijkheid valt wat meer ruimte voor de verbeelding op. Max schildert zo exact levensecht dat de toeschouwer meent een foto te zien. Door hier en daar zijn verf te laten afdruipen doorbreekt hij deze illusie en brengt hij het werk terug naar de vrijheid van de schilderkunst. In 1973 nam Selen deel aan 'Hyperrealisten in België', een groepstentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten in Gent.

Het hyperrealime van Max Selen evolueert naar een zeer persoonlijke stijl. De kunstenaar neemt deel aan verschillende tentoonstellingen en wint diverse prijzen. Zijn werk wordt enthousiast onthaald door organisatoren en bezoekers. In het begin schildert hij nog niet vanuit foto's, later wel. Op het einde van de jaren 80 werkt hij vanuit geprojecteerde dia's. Later gaat hij gebruik maken van Photoshop. Selen beeldt hyperrealistische personen uit op een achtergrond van geschilderde fotografische negatiefbeelden van grootsteden of landschappen. Vandaar dat hij wel eens een negarealist wordt genoemd.

IJzel mogelijk, een schilderij uit 1991, is een typisch voorbeeld van de schilderstechniek die hij hanteert. De kunstenaar heeft eerst het landschap geschilderd vanuit negatieven van foto's. Het werk vertoont een klassiek lijnenperspectief dat uitmondt in een verdwijnpunt op de horizon. Een eenzame wandelaar neemt de toeschouwer mee naar dat enige vluchtpunt in de verte. Hij stapt op een weg met heel veel verkeersborden die zowel links als rechts geplaatst zijn. Opvallend is het verbodsteken voor voetgangers aan de linkerkant van het schilderij. De kunstenaar hekelt dit groot aantal verkeerstekens, een verwijzing naar de baan van Kasterlee - Turnhout, waar hij dagelijks gebruik van maakt met de auto. Het landschap, hoewel fotorealistisch geschilderd, heeft een bevreemdend, apocalyptisch effect, mede door het coloriet. De grijze lucht, zo typisch voor het noordelijk klimaat, wordt plots een grote, dreigende, paarse wolkenmassa met verschillende kleurenintensiteit. Blauwe verkeersplaten zijn nu geel en de vertrouwde rode randen van de borden kleuren turqoois. Donkergroene bomen lijken met sneeuw bedekt. Deze winterse look maakt inderdaad ijzel mogelijk, vermeld op de plaat en verwijzend naar de titel.

Het bevreemdend gevoel wordt hier weer versterkt door het druipen van de verf die, in de lucht en de verkeersborden, het nuchtere fotorealisme doorbreekt. De hyperrealistische Amerikaanse kunstenaar Richard Estes gebruikt spiegelbeelden in ruiten die zorgen voor ritme, overlappingen en diepte. Max Selen heeft daar zijn eigen techniek voor. De man, met de rug naar het publiek afgebeeld, heeft de schilder achteraf op het doek geschilderd. Domien Van Dael, een kennis van Max Selen en voormalig leerkracht aan de Vakschool in Turnhout, heeft hiervoor model gestaan in het atelier. De kunstenaar liet hem plaats nemen in zijn studio om hem op het doek te schilderen alsof hij werkelijk op de weg stond. De schaduw van de figuur, zichtbaar op het schilderij, is degene die geprojecteerd is op de muur van het atelier. De man op het kunstwerk is het resultaat van deze geschilderde collage techniek.

Daar het hyperrealistisch weergeven van de figuur veel tijd en een monnikengeduld vergt, zowel van de kunstenaar als de man, gebruikt de schilder uiteindelijk een pop, gekleed met de outfit van het model. Zowel de figuur als de weg zijn bijna tastbaar realistisch uitgebeeld, terwijl het landschap precies behoort tot een andere wereld. Het is net een visuele hallucinatie waarbij de beelden, alhoewel zeer herkenbaar, toch niet echt met de realiteit overeenkomen. Er gaat een dreiging uit van het werk. Max Selen boeit en intrigeert. De kunstenaar geeft de fotografische realiteit een heel eigen karakter om de vervreemding en gebrek aan contact in onze maatschappij weer te geven.

Tekst: Myriam Geurts, december 2016