Highlights

De kunstcollectie van Hugo Voeten is een unieke combinatie van Belgische en internationale kunst. Op dit ogenblik telt ze meer dan 1700 items, verzameld over een tijdsspanne van meer dan 40 jaar, tentoongesteld voor het publiek op twee locaties – in de beeldentuin vlakbij Geel en in het Art Center Hugo Voeten, aan de oever van het Kempisch Kanaal in Herentals.

Aron Demetz

Untitled, 2011, cederhout en den hars, 225 x 95 x 88 cm

Geboren in Val Gardena, een beboste vallei in de Dolomieten, eigende Demetz zich de traditionele Zuid-Tiroolse houtbewerkingtechniek toe, daterend uit de 17de eeuw. Zijn opleiding volgde hij aan de Kunstschool van Wolkenstein. Hij vervolledigde zijn studies aan de Academie voor Schone Kunsten in Neurenberg, waar zijn enthousiasme voor de hedendaagse kunst werd aangewakkerd. De evenwichtige balans in zijn oeuvre, tussen de oeroude klassieke houtsnijtechnieken van zijn geboortestreek en de nieuwe ideeën van de actuele kunstscène, maakt zijn creaties zo uniek, zo fascinerend. Naast beelden in brons, marmer en glas, maakt Aron Demetz vooral levensgrote, expressieve beelden in allerlei soorten hout. Ze tonen zijn ongelooflijke vaardigheden in het bewerken van dit natuurlijk materiaal.

Toen hij nog kind was bracht hij lange vakanties door als schapenherder, alleen in de bergen. Zijn verbondenheid met de natuur drukte een onuitwisbare stempel op zijn karakter en de filosofische thematiek van zijn kunstwerken. Harmonie en conflicten tussen mens en natuur markeren zijn sculpturen. Hout, als natuurlijke grondstof, ondergaat dezelfde mechanismen van groeien, wording, sterven en vergaan als de mens. De boom is een geïdealiseerd oermodel van de mens, een archetype in zowat alle culturen. Zijn werk Untitled (2011), gemaakt in cederhout, is daarvan een voorbeeld. Vaak vormen de sokkel en de levensgrote sculpturen één geheel alsof Demetz de beelden uit het hout heeft bevrijd. De eenheid van mens en boom wordt hierdoor benadrukt.

Demetz werkt met verschillende houtsoorten zoals ceder, esdoorn en notelaar. Hij maakt eerst een model in klei of leem. Hij gebruikt de kettingzaag voor de grondvormen, werkt af met hamer en beitel en verfijnt nog met houtraspen en schuurpapier. In de bossen van Val Gardena vangt hij geduldig hars, het wondvocht van de dennen, op. Wat Demetz zo fascineert aan het hars is de typerende geur, kleur en textuur. Hars is voor hout wat bloed is voor de mens. Wanneer de bast van de boom beschadigd is produceert de boom hars, om op deze manier bescherming te bieden tegen virussen en ongedierte, die het mogelijk op het middelste van de boom voorzien hebben. De kunstenaar brengt overvloedig hars aan op het hoofd, het gezicht, de borst en de ledematen van zijn figuren. Het is alsof een tweede huid de wonden, zowel de fysische als de psychische, moet bedekken. De ruimte rond het kunstwerk verspreidt de indringende geur van het plantaardig product. Het kristalliseringsproces van het hars verandert het lichaam. De raadselachtige blik houdt echter stand en drukt de emotie uit van eeuwige schoonheid, zoals de met kohl omrande ogen van de Egyptische dodenmaskers en portretten. Ogen zijn de spiegel van de ziel.

Demetz gaat op zoek naar het potentieel en de beperkingen van het medium hout. Soms ontlokt de kunstenaar aan het materiaal aspecten die wijzen op verwonding maar tevens op heling. Hij confronteert ons met de angsten van de vergankelijkheid. Paddenstoelen groeien uit zijn sculpturen zoals de zwammen die zich vestigen op beschadigd hout. Deze woekeringen nemen weldra de perfectie van de huid weg als natuurlijke indicatoren van onstabiele en morbide condities.

De kunstenaar geeft nieuwe dimensies aan zijn beelden doormiddel van ongewone experimenten. In zijn zwartgeblakerde, verbrande sculpturen, graaft Demetz nog dieper naar de kern, het wezen van alle dingen. Door de onderdompeling in een vuurbad worden zijn getormenteerde figuren gezuiverd en gereinigd. In latere projecten maakt hij gebruik van een robot computer en een zelfontworpen chip. Hiermee ontstaan gerafelde houtvezels die een stempel drukken op de perfect gladde menselijke figuren. In onze huidige maatschappij draait alles rond het in stand houden of perfectioneren van het lichaam, van onze huid. De geïdealiseerde schoonheid wordt nagestreefd in een artificiële cocon van een vergankelijk lichaam. De verjongingskuren van de huid kunnen de vergankelijkheid van het lichaam echter niet verijdelen. In het oeuvre van Aron Demetz ontdekken we de perfecte symbiose van technisch vakmanschap, denken en verbeelding in 'The Unbearable Lightness of Being' van de mens.

Tekst: Myriam Geurts, februari, 2017