Highlights

Collection Hugo Voeten bevat een unieke mix van moderne, hedendaagse en Bulgaarse kunst. Ongeveer 2000 stukken verzameld over een tijdsspanne van meer dan 40 jaar illustreren de eclectische smaak van ondernemer en gepassioneerd kunstliefhebber Hugo Voeten (1940-2017). Het publiek kan de werken op twee locaties leren kennen: in Beeldentuin Hugo Voeten in Geel en Art Center Hugo Voeten in Herentals aan de oever van het Kempisch Kanaal.

Arno Breker

The Decathlete, 1983-1984, brons

De decatleet Jürgen Hingsen (1958) won in de jaren 1982-1984 diverse Olympische medailles voor zijn uitzonderlijke prestaties. Kunstenaar Arno Breker (1900-1991) leerde de sportman met de bijnaam "King of Athletes" via een foto in een Duitse krant kennen. Na aankomst over de eindmeet viel Hingsen op de knieën neer en stak hij uitgeput de armen hoog de lucht in. Breker zag in dit beeld de klassieke oudheid en de dankbaarheid die Griekse atleten ten aanzien van de goden toonde. De kunstenaar schreef: "Sports and religion, sports and myth - these are well-known associates... If the sculpture of Hingsen has a special significance in the new dialog between sports and religion, sports and art, and art and religion, then it is expressive of a new development... and a new self-assurance."


De formele compositie van deze sculptuur zit vervat in de sterke symmetrie van de tienkamper. De spiegeling is in dit geval niet rigide, maar functioneel. Breker dient op deze manier maar één doel: architecturale kwaliteiten van beeldhouwkunst blootleggen met het oog op een perfecte versmelting van kunst en de natuur als omgeving. De opbouw van kleine zones spieren, verschillende volumes in de armen en de oppervlaktebehandeling van de rug, maken de innerlijke spanning van de sportman vanbuiten zichtbaar. Lijnen in het silhouet versterken de opwaartse kracht van de beweging die Hingsen maakt. "Those sculptures which stand outside in open space are constructed so that the silhouettes are most effectively displayed against the blue sky." zei Breker. Het inspireerde hem om ook diverse andere portretten van sporters te creëren, denk daarbij bijvoorbeeld aan zwemmers Peter Nocke en Walter Kusch.


Met deze decatleet keert Breker in de jaren 1980 opvallend terug naar zijn stijlontwikkeling vanaf de jaren 1930. Lichamen kregen vanaf dan meer en meer atletische eigenschappen in zijn oeuvre. De kunstenaar verlaat op dat moment de zogenaamde Parijse invloeden van Rodin en zoekt vanuit de klassieke oudheid naar meer harmonie. Hij vult dit aan met renaissancistische perfectie qua afwerking in een zoektocht naar ultieme schoonheid. Subtiele verschillen en schakeringen in het menselijk lichaam zijn voor de kunstenaar steevast uitdrukkingen van de natuur. Atleten en sporters illustreren dit perfect. Breker wil onze affiniteit om de schoonheid ervan te zien herstellen en stelt "I cannot invent nature." Hiervoor zocht hij dus geen nieuwe technieken in de beeldhouwkunst, maar liet zich beïnvloeden door bestaande stijlen en wist hij zo het verleden met actuele thema's te verbinden.